U bent niet de eerste die het opmerkelijk vindt dat een schilder die zich zijn hele loopbaan - strompelbaan is waarschijnlijk een beter woord - heeft bezig gehouden met het schilderen van drukbevolkte en nauwelijks realistisch te noemen taferelen ineens voor zijn plezier een paar romantische winterlandschappen kopieert.

Misschien is het ook merkwaardig, maar ik kopieer wel vaker een schilderij. Niet omdat de inspiratie het ineens af laat weten, maar omdat ik wat meer inzicht hoop te krijgen in de techniek van een bewonderde schilder.
Ik ben wat schilderkunst betreft niet al te eenkennig. Zolang ik in een schilderij kan verdwalen maakt het niet uit of het door Bosch, Steen, Willink of noem maar op is geschilderd. En waarin kun je op ’n snikhete zomerse dag beter verdwalen dan in een winterlandschap uit de romantiek? Zo’n doek - in dit geval een werk van Frederik Kruseman (1816-1882) - na schilderen valt overigens niet eens mee, de sneeuw die in die schilderijen opstuift is nauwelijks in verf te vangen.

Toch heb ik me er blijkbaar aardig uit gered, de paar keer dat ik aan een sneeuwrijke kopie bezig was diende zich voor ik het werk voltooid had al een koper aan. Duidelijk opgelucht dat ik mijn groezelige fantasie eindelijk eens thuis had gelaten. Maar fantasie kruipt waar het niet gaan kan, op een dag was ik ineens bezig aan een winterlandschap van eigen inventie: “Of het nooit lente wordt”. (Zie Minder Recente Schilderijen) Natuurlijk was daar weer niemand in geïnteresseerd. Een tweede poging, de afbeelding hieronder, behoort ook tot mijn vaste kern van winkeldochters. Oorspronkelijk bedoeld als illustratie in een regionaal tijdschrift maar te licht bevonden. Want te donker…