stadsgezicht
Mijn schilderijen verzameling vertoont nogal wat Heilige Dagen. Zo ontbreekt er bijvoorbeeld naast een Landschap Met Mathilde van Carel Willink en een Drinkende Koning van Jacob Jordaens ook nog een Stadsgezicht van Cornelis Springer.
Ik heb meer dan één poging gewaagd zo'n stadsgezicht te kopiëren maar die waren al mislukt voor ik er goed en wel aan begonnen was. Niet zo verwonderlijk, de schilderijen van Springer zijn artistiek en technisch van een uitzonderlijk hoog niveau. Je moet uit wel heel bijzonder hout gesneden zijn om dat te kunnen evenaren.
De schilderijen van Springer kende ik aanvankelijk hoofdzakelijk van afbeeldingen in kunstbladen, soms kwam je er een een tegen op een kunstbeurs of weggemoffeld in een achteraf zaaltje van een museum. Ik was dan ook tamelijk opgewonden toen ik begin 2016 in de trein naar Enkhuizen zat om de overzichtstentoonstelling in het museum aldaar te bekijken. Ik werd niet teleurgesteld. Ik hoor wel eens gemopper dat al die stadsgezichten op elkaar lijken, maar juist als je er zoveel bij elkaar ziet hangen besef je pas wat een fantasievol en gevarieerd oeuvre Cornelis Springer bij elkaar heeft geschilderd…
Nu heb ik iets met stadsgezichten, het eerste schilderij dat ik ooit zag was er een. Een oosterse stad, geschilderd naar een ansichtkaart door André van Buuren Junior. Mijn vader dus.
Het hing boven mijn wieg in een wat donkere hoek van de huiskamer wat de geheimzinnigheid van het tafereel nog verhoogde. Ik kon, en kan er gelukkig nog steeds - het werd mij op een dag door (inmiddels) senior cadeau gedaan - uren naar kijken. Zelf ben ik nooit verder oostwaarts geweest dan Doetinchem dus of het schilderij de werkelijkheid recht doet kan ik niet beoordelen. Dat is ook niet van belang, een schilderij is een werkelijkheid op zich waar je je wel of niet in thuis voelt.

In de schilderijen van Springer voel ik me met mijn brede romantische inborst bijzonder thuis. Ik dwaal regelmatig met plezier door die prachtige steden waar je niet het risico loopt door een flitsbezorger, een bakfietsmoeder of een kleuter op een fatbike omver gereden te worden. Jammer genoeg lopen er ook nogal veel honden los. Met die luidruchtige - ze beginnen altijd onmiddellijk te schelden als ze me zien - uit hun bek stinkende mormels kan ik absoluut niet overweg.
Ook een voordeel van dwalen door een schilderij van Springer is dat je hoofdzakelijk verf en vernis ruikt. Naar ik me heb laten vertellen stonken de steden in die tijd, vooral op die fraaie zomerse dagen waarop de schilder ze vastlegde, als een filiaal van de kippehel. Geen wonder dat als je je het kon permitteren de zomer liever doorbracht in een buitenhuis aan de Vecht of zo’n soort rivier. Waar je dan een schilderij van Springer ophing om je toch nog een beetje thuis te voelen…
En zoals zo vaak, omdat enige originaliteit me vreemd is; als ik een schilderij zie dat me bekoort wil zelf ook zo iets maken. Voor een kopie ontbreekt me dus de vaardigheid, maar toen ik eens door omstandigheden op het kerkplein van Vrouwentroost belandde, een gehucht aan de Westeinderplas bij Aalsmeer, wist ik wat me te doen stond. Ik heb - op z’n Springers - vele schetsen gemaakt en die in mijn atelier uitgewerkt tot onderstaand schilderij. Nu snap ik ook wel dat de gemiddelde Vrouwentrooster liever een echte Springer aan de muur heeft, maar wie weet doe ik er op een dag toch iemand een plezier mee…
